Genomineerde bni-prijs 2013: Rosanne Talle

26-09-2013

“Mijn geheim: de dialoog aangaan met opdrachtgever en gebruiker, grondig onderzoek doen naar de sociale en maatschappelijke context, analyseren en observeren van omgeving en gebruiker en deze uitkomsten gaandeweg het heleontwerpproces blijven toetsen aan het ontwerp. Voor mij is het vanzelfsprekend de diepte in te gaan en ik ben niet bang om in de huid te kruipen van de gebruiker. Op deze manier creëer ik draagvlak bij de gebruiker die in het hele ontwerpproces centraal staat. Als master interieurarchitect een verbindende factor zijn tussen omgeving, therapie en de cliënt is de mooiste uitdaging die ik mij op dit moment in mijn vakgebied kan voorstellen.”

Rosanne Talle is voor de tweede keer genomineerd voor de BNI prijs. In 2011 viel ze op met haar afstudeerproject voor de bacheloropleiding. Twee jaar later is haar afstudeerproject voor de masteropleiding interieurarchitectuur aan de HKU genomineerd voor de BNI-prijs. “Het is voor mij opnieuw een stimulans om mij te profileren als master interieurarchitect met veel aandacht voor de sociale en maatschappelijke context.”

“Ik heb een ontwerp gemaakt voor een angstkliniek. Een onderwerp wat me raakt van ver af en dichtbij. Mijn doel vooraf was om bij te dragen aan de bewustwording van het effect dat een ruimte heeft op de gebruikers. Daarnaast wilde ik dat het een positief effect zou hebben op de kwaliteit van de geestelijke gezondheidszorg en inspelen op de huidige ontwikkelingen in de zorgsector. Mensen met een angststoornis ervaren de ruimte om zich heen extra intens. Cognitieve gedragstherapie is gericht op sturing van gedachten en gedrag. Ook de vormgeving van een ruimte heeft invloed op deze aspecten. Therapeut en cliënt gaan in deze kliniek samen op zoek naar persoonlijke grenzen. De kracht van deze therapie vormt dan ook de leidraad in dit ontwerp. De ruimte vormt de verbindende factor tussen omgeving, therapie en cliënt.

Grenzen
Wat zijn grenzen voor deze gebruiker? Wat zijn fysieke grenzen en wat zijn mentale grenzen en hoe ga je als ontwerper met deze grenzen om. Waar kunnen grenzen elkaar het beste ontmoeten en hoe ervaar je deze grenzen wanneer je een angststoornis hebt?
Ik ontwerp geen grenzeloze ruimte maar onderzoek waar deze grenzen liggen en wat er nodig is om grenzen te kunnen doorbreken. Soms betekent dit dat grenzen tussen ruimtes of tussen binnen en buiten verlegd, versterkt of juist stapsgewijs opgebouwd moeten worden waardoor een grens niet ervaren wordt als barrière maar als uitdaging en overwinning.

Houvast en stimulans
In het ontwerp is de juiste balans tussen prikkeling en rust een noodzaak. De mate van prikkeling gebruik ik als tool om per zone te bekijken wat gewenst is en wat niet. Waar bied je houvast en waar stimuleer je de gebruiker om grenzen te verleggen?
De mate van prikkeling is voelbaar en zichtbaar. Weinig prikkeling betekent weinig structuren, gedoseerde lichtinval, rustige tinten en gebruik van materialen als hout, glas en staal. Veel prikkeling betekent felle kleuren, speciale toepassingen en meer ruimte voor structuren, patronen en flexibiliteit in gebruik.

Oefenruimte
De angstkliniek is omgetoverd van verblijfsruimte naar oefenruimte. De vormgegeven ruimte speelt op deze manier in op behoefte van de gebruiker en de therapie. Het meest essentiële aan deze manier van ontwerpen is dat er zowel generieke als specifieke ontwerpoplossingen ontstaan. Enerzijds een ontwerp waarin materialisering, meubilair, vormentaal en tools ook inzetbaar zijn op eventuele andere locaties of zorginstanties. Anderzijds vormt dit ontwerp een testcase om te laten zien hoe zowel architectonische- als interieurarchitectonische ingrepen grenzen kunnen verleggen op deze specifieke locatie.”