Genomineerde bni-prijs 2013: Maryn Hekker

26-09-2013

“Ik durf eerlijk te zeggen dat het eens door m’n hoofd schoot dat ik me bezig hield met dingen waar ik gewoon géén verstand van had. Welke interieurarchitect ontwerpt nou een duurzame zoutwaterboiler? Afijn, stiekem vond ik dat heel tof om te onderzoeken. Mijn academietijd was een leerschool van keuzes, twijfels, idiote creaties en veel plezier. Tijdens mijn afstuderen heb ik soms dagenlang in pyjama gezeten en muziek geluisterd, maar evengoed nachten doorgewerkt met het calculeren van energie -en waterberekeningen en de rest van de manifestatie van het ontwerp. Dat hoort er ook bij en die spanning drijft me altijd. Op dit moment ben ik een onderneming aan het opstarten waarin ik ga werken als zelfstandig interieurarchitect, maar ook als freelance 3D visualiser. Voor mijn nominatie voor de jaarlijkse BNI-prijs ben ik erg dankbaar!” Meer info: marynhekker.nl

Maryn Hekker heeft met haar afstudeerproject voor de opleiding interieurarchitectuur aan de Willem de Kooning Academie de grenzen van het vak opgezocht. Ze maakte een plan voor de herinrichting van de pier in Scheveningen. “Het is een geliefd en iconisch bouwwerk dat eigenaardig genoeg steeds in verval is geraakt, sterker nog, het wordt dit jaar zelfs geveild.”

“Zodra ik aan zee ben, denk ik even helemaal nergens aan. Ik kan alleen maar voelen, want de omgeving vraagt meer aandacht van me dan mijn gedachtes. De wind blaast door mij heen alsof hij niet eens opmerkt dat ik er ben. Het oneindige landschap geeft een intense beleving van vrijheid.
In mijn concept haak ik sterk in op dat gevoel en doe ik een opmerkelijk voorstel om een betere relatie te scheppen tussen het bouwwerk, de context en de badgast. Wat ik ontdekte, gebaseerd op mijn stedenbouwkundige, lokale en programmatische analyses, is dat commercie op de pier een onhaalbaar concept is. Ik denk dat Scheveningen meer de nadruk moet leggen op haar kwaliteit; het strand. En de pier kan daarvoor ingezet worden.

Eiland
De brug van de pier van Scheveningen wordt afgebroken in het ontwerp. Het bouwwerk wordt daarmee losgekoppeld van het vaste land. Er ontstaat een eiland;een autonoom eiland dat zichzelf voorziet in energie, drinkwater en zelfs voedsel. Het wordt onderhouden door een gepassioneerde bewoner met minimale, vrijwillige hulp van de eilandbezoekers. Hierdoor groeit daar een sociaal netwerk, want mensen kunnen blijven overnachten in architectonische kampeergrotten en overdag leren hoe je gezamenlijk zeegroentes oogst en vis bereidt, of bijvoorbeeld een kano bouwt. Het eiland is namelijk ontworpen als een platform voor bezinning. Dat gevoel zoeken mensen graag in de natuur, maar hiermee krijgt het een verlengstuk.

Peddelen of zwemmen
In het ontwerp zijn drie basisbehoeftes ingezet als fundament voor de programmering: water, eten en beschutting. Op het eiland is een heetwaterbron, een zilte keuken, er zijn hangende kampeergrotten boven zee, een zeewierplantage, een ‘zandbank’ als leefruimte, een watertoren, een kampvuurplein en nog meer binnen- en buitenruimtes. Het is een openbaar eiland dat tijdens alle seizoenen toegankelijk is en waarin het exterieur en interieur sterk reageren op de omgeving en het zeeklimaat. Je bent namelijk altijd ‘buiten’, ook als je je binnen bevindt. Dit beleef je middels het basale materiaalgebruik maar ook door een minimale vormgeving. Het is een vrijzinnige plek om de basis in jezelf te voeden, zolang als nodig is, alleen en met anderen. De reis ernaartoe is ook een essentieel onderdeel van de ervaring. Om het eiland te bereiken, moet je het lef hebben om erheen te peddelen, te varen of te zwemmen.”