Genomineerde bni-prijs 2013: Joey Rademakers

26-09-2013

“Tijdens de master Interior Architecture in Maastricht is onderzoek het belangrijkste middel geweest om mijzelf in het architectonische veld te ontdekken. De opleiding stuurt, door middel van fenomenologisch onderzoek en ontwerp, aan op het ontwikkelen van auteurschap. Fenomenen van het interieur en cultuur dienen als startpunt voor mijn onderzoek naar het begrip wonen. Ik beschouw mijn afstudeerproject niet als afgerond, maar als een basis om in het professionele werkveld voort te zetten.”

Voor Joey Rademakers lag tijdens de masteropleiding Interior Architecture in Maastricht de nadruk op onderzoek. Voorzijn afstuderen verdiepte hij zich in het begrip wonen. “De nominatie voor de BNI-prijs is een groot compliment en motiveert mij om met mijn onderzoek door te gaan.”

“Mijn ouders zijn altijd aan het verbouwen. Dat zei ik toen mij werd gevraagd waarom ik een studie naar het begrip wonen wilde verrichten. Het huis waar zij wonen begon als een oude schil. Steeds opnieuw werd een onderdeel van de structuur verstevigd of veranderd. Wonen is voor mij dan ook geen definitief begrip, maar eerder een ‘toestand’. Een toestand die door een veelvoud aan factoren veranderlijk is en onderhouden dient te worden.

Wonen als product
Vanuit deze gedachte is de huidige wereld een vreemd schouwspel. In plaats van een omgang te vinden met wezenlijke maatschappelijke en demografische veranderingen, speelt het huidige wonen in op de laatste mode en is het enkel geschikt voor het ideale gezin met twee ouders en twee kinderen. Wonen is een product geworden waarin leefpatronen door overheden en instanties worden vastgesteld en gecontroleerd, een product waar corporaties winst uit halen, een product dat al af is. Wonen is gebaseerd op commercie en gestandaardiseerde consumptie. Ik heb mijzelf de vraag gesteld: Wanneer is wonen? De vraag, tevens de titel van mijn afstudeerproject, zet aan tot nadenken over de betekenis van het begrip wonen. Over condities, tijdspannen en toestanden waarin wonen zich begeeft. Maar wat is de noodzaak van het stellen van deze vraag?

Veranderende economie
De noodzaak van deze vraag hangt samen met een veranderende economie. De industriële en productie economie maakt plaats voor een op kennis gebaseerde economie. Gebieden en streken die nog ingesteld of ingericht zijn op de oude economie, kunnen zich niet conformeren aan een maatschappij die kennis vergaart, ontwikkelt en verspreidt. Vooral lineaire suburbane leefomgevingen ondervinden hier de gevolgen van. Zij raken ongeschikt en overbodig.De voormalige mijnstreek in Limburg, waar wonen door sociaaleconomische veranderingen geen vanzelfsprekendheid is, was het uitgangspunt van mijn onderzoek. Ik ben op zoek gegaan naar mogelijkheden om een omgang te vinden met de huidige sociaaleconomische verandering krimp. Hoe kan het huis, een hoedanigheid van wonen, in een overbodige lineaire (sub)urbane structuur transformeren naar een meer rurale gedaante waarin cyclische processen tot stand kunnen komen. Het huis is daarin exemplarisch voor een strategie die op meerdere plaatsen in de streek toepasbaar is.

Rurale typologieën
Om mijn bevindingen, fascinaties en visies op wonen te toetsen en te verdiepen het ik tijdens mijn afstudeerproject diverse experimenten gedaan. Een interessant experiment dat ik deed was van cartografische aard. Ik heb geografische en geologische lagen op verschillende schalen ontleed om vroegere en hedendaagse verbanden tussen land en bebouwing inzichtelijk te maken. Deze zijn wezenlijk voor de beoogde rurale en cyclische processen in het interieur. Een ander typologisch experiment betrof de analyse van de voormalige rurale typologieën uit de zuidoostelijke mijnstreek waaruit parameters voor het interieur zijn afgeleid.”